Persoonlijke groei: waarom je jezelf pas kunt dragen als je leert verdragen, voorduren en voelen.
Voel jij je regelmatig niet gezien, niet gehoord of niet echt begrepen? Merk je dat je steeds opnieuw verlangt naar verbinding met iemand die jou niet werkelijk kan ontmoeten? Dan is de kans groot dat je harder je best gaat doen, jezelf aanpast of juist afstand neemt. Ons zenuwstelsel doet er namelijk alles aan om verbinding te behouden. Maar wat als de diepste les niet is om de ander te veranderen, maar om te leren verdragen, voorduren en voelen? Dit zijn namelijk overlevingsmechanismes die je mag onderzoeken, lees hier.
Dat klinkt misschien eenvoudig, maar ik denk dat dit één van de moeilijkste lessen is die het leven ons kan geven. We zijn namelijk geneigd om te geloven dat rust ontstaat wanneer de ander verandert. Dat als onze vader ons eindelijk begrijpt, als onze moeder ons ziet, als onze partner anders reageert of als die ene collega zich anders opstelt, wij ons eindelijk veilig en ontspannen zullen voelen. Dus blijven we proberen. We leggen onszelf nog een keer uit, worden nog iets liever, passen ons aan of trekken ons juist terug. Niet omdat we dat bewust kiezen, maar omdat ons zenuwstelsel ooit heeft geleerd dat verbinding veiligheid betekent.
Je hebt te nemen wat er te nemen valt
Binnen het systemisch werk wordt vaak gezegd: je hebt te nemen wat er te nemen valt. Dat vind ik misschien wel één van de meest confronterende én bevrijdende uitspraken die er zijn. Want het betekent niet dat je alles goed hoeft te vinden of dat je geen verdriet mag voelen. Het betekent dat je stopt met vechten tegen een werkelijkheid die niet anders is. Misschien kan jouw vader je niet geven waar je zo naar verlangt. Misschien heeft jouw moeder zelf nooit geleerd hoe ze emotioneel beschikbaar kon zijn. Misschien zal een broer, zus, partner of collega jou nooit werkelijk ontmoeten op de manier waarop jij dat zo graag zou willen.
Dat doet pijn. Soms meer dan we willen toegeven. Er blijft vaak een klein deel in ons hopen dat het ooit anders wordt. Dat er alsnog erkenning komt. Dat iemand eindelijk zegt: ik zie je, ik begrijp je, ik ben er voor je. En zolang die hoop blijft bestaan, blijven we vaak ook strijden. Soms heel zichtbaar, maar veel vaker op een subtiele manier. We gaan nóg harder ons best doen, nóg beter uitleggen, nóg liever zijn of juist afstand nemen om onszelf te beschermen. Maar juist daar ligt de uitnodiging niet.
De uitnodiging is om te verdragen. Om te voorduren. Om te voelen.
Niet omdat het eerlijk is. Niet omdat je het goed hoeft te vinden. Maar omdat je pas werkelijk kunt loslaten waar je eerst volledig bij aanwezig bent geweest. Zolang jij blijft vechten tegen wat er is, blijf je met een deel van jezelf wachten op iets waar je misschien helemaal geen invloed op hebt.
De groei zit niet in de ander
Ik geloof dat dit misschien wel één van de grootste misverstanden is binnen persoonlijke ontwikkeling. We denken vaak dat groei betekent dat we beter leren communiceren, beter grenzen aangeven of betere keuzes maken. Natuurlijk zijn dat waardevolle stappen. Maar soms brengt het leven je op een plek waar niets daarvan de situatie verandert.
Je vader blijft dezelfde vader. Je moeder blijft dezelfde moeder. Die collega blijft reageren zoals hij altijd al deed. En juist dan ontstaat de echte vraag. Kun jij aanwezig blijven wanneer er geen verbinding is? Kun jij voelen wat dat met je doet zonder jezelf kwijt te raken? Kun jij blijven staan zonder jezelf aan te passen? Kun jij je hart open houden zonder jezelf af te sluiten?
Daar zit de echte groei. Niet buiten jezelf, maar ín jezelf. Niet in harder worden, maar juist in zachter worden. Niet in controle houden, maar in vertrouwen krijgen dat jij jezelf kunt dragen.
Waarom dit niet met je hoofd lukt
Als dit zo eenvoudig was, zouden we het allemaal allang doen. Maar dit is precies waarom inzicht alleen vaak niet voldoende is. Je hoofd begrijpt misschien allang dat jouw vader niet gaat veranderen. Of dat jouw moeder simpelweg niet meer kan geven dan ze nu doet. Toch voel je iedere keer opnieuw die teleurstelling, die spanning of dat verlangen naar verbinding.
Dat is niet vreemd. Dat is jouw zenuwstelsel.
Ons zenuwstelsel is voortdurend op zoek naar veiligheid. En voor een kind is verbinding letterlijk van levensbelang. Daarom ontwikkelen we al op jonge leeftijd allerlei overlevingsstrategieën om die verbinding te behouden. We passen ons aan. We pleasen. We worden heel zelfstandig. We trekken ons terug. We sluiten ons hart of gaan juist heel hard werken om gezien te worden.
Die patronen verdwijnen niet doordat je ze begrijpt. Ze veranderen doordat je lichaam nieuwe ervaringen opdoet.
Je lichaam wijst de weg
Juist daarom geloof ik zo in lichaamsgericht werken. Niet omdat je lichaam alle antwoorden heeft, maar omdat je lichaam laat zien waar jouw oude patronen nog actief zijn. Je lichaam is geen tegenstander. Het probeert je niet dwars te zitten. Integendeel. Het probeert je al jaren te beschermen.
Daarom is het zo waardevol om niet alleen tijdens moeilijke momenten contact te maken met jezelf, maar juist ook wanneer er niets aan de hand lijkt te zijn. Even stil te staan. In te checken. Hoe voelt mijn lichaam vandaag? Waar voel ik ruimte? Waar voel ik spanning? Waar houd ik mezelf nog vast? En waar voel ik dat ik steeds meer kan ontspannen?
Je lichaam geeft voortdurend richtingaanwijzers. Niet om bang voor te zijn, maar om nieuwsgierig naar te worden. Jij bént je lichaam niet, maar het is wel het prachtige voertuig waarmee jij door het leven beweegt. Een intelligent systeem dat iedere dag opnieuw voor jou werkt. Hoe beter je leert samenwerken met jouw lichaam, hoe minder je hoeft te leven vanuit oude overlevingspatronen en hoe meer je kunt leven vanuit vertrouwen.
Jezelf leren dragen
Misschien is dit uiteindelijk wel waar het allemaal om draait. Dat je ontdekt dat jouw veiligheid niet langer volledig afhankelijk hoeft te zijn van de mensen om je heen. Dat je kunt voelen dat iets pijn doet, zonder dat je jezelf hoeft af te sluiten. Dat je niet langer hoeft te vluchten, jezelf hoeft aan te passen of jezelf hoeft te verliezen om verbinding te behouden.
Dat je diep geworteld blijft in jezelf. Dat je aanwezig kunt blijven bij jezelf én bij de situatie. Dat je hart open kan blijven, ongeacht de omstandigheden. Phoe… wat is dat soms ongelooflijk lastig.
Maar als het je lukt, ontstaat er iets wat niemand je meer kan afnemen. Dan ontdek je dat je jezelf kunt dragen. Niet vanuit hardheid. Niet door een muur om je heen te bouwen. Maar juist vanuit zachtheid. Vanuit het vertrouwen dat jij er voor jezelf bent, wat het leven ook op je pad brengt.
Intenties voor aanwezig blijven bij jezelf:
– Ik blijf diep geworteld in mezelf, zodat mijn hart open kan blijven, ongeacht de omstandigheden.
– Ik blijf aanwezig bij mezelf én bij de situatie, zonder mezelf te verliezen.
– Ik hoef mezelf niet aan te passen, af te sluiten of te vluchten om verbinding te behouden. Ik kan mezelf dragen. Mijn lichaam wijst mij de weg. Ik blijf luisteren naar zijn signalen, zodat ik steeds opnieuw kan thuiskomen bij mezelf. Vanuit zachtheid. Vanuit vertrouwen. Vanuit een open hart.
Misschien herken je jezelf in dit verhaal. Weet dan dat je dit niet alleen hoeft uit te zoeken. Soms is het helpend als iemand met je meekijkt, zodat je niet alleen begrijpt wat er gebeurt, maar ook leert voelen hoe je steeds meer geworteld kunt blijven in jezelf. Want juist daar ontstaat de ruimte om je hart open te houden, zonder jezelf te verliezen.