Energie Herstel

“Het mag goed met mij gaan, ook als de ander niet oké is: hoe onbewuste loyaliteit herstel kan blokkeren”


Voel je je schuldig als het goed met je gaat terwijl een ander worstelt? Ontdek hoe onbewuste overtuigingen en loyaliteiten herstel van stress, burn-out en chronische vermoeidheid kunnen belemmeren.

In mijn praktijk zie ik regelmatig mensen die ontzettend hun best doen om te herstellen. Ze leren luisteren naar hun lichaam, bouwen rustmomenten in en proberen beter voor zichzelf te zorgen. Toch lijkt er soms iets onzichtbaars aan de hand. Zodra het iets beter gaat, ontstaat er ongemak. Ze voelen zich schuldig als ze ontspannen. Schuldig als ze een vrije middag nemen. Schuldig als ze genieten van iets moois terwijl iemand anders in hun omgeving het moeilijk heeft. Vaak komen we dan uit bij iets wat veel invloed heeft op ons leven, maar waar we ons meestal niet bewust van zijn: overtuigingen. En overtuigingen kunnen herstel flink in de weg zitten.

Wat is een overtuiging?

Een overtuiging is eigenlijk niets meer dan een conclusie die je brein ooit heeft getrokken. Vaak gebeurt dat al op jonge leeftijd. Stel dat je opgroeit in een gezin waar regelmatig spanning of ruzie was. Als kind kun je daar weinig aan veranderen. Je kunt de volwassenen niet dwingen om anders met elkaar om te gaan. Toch probeert jouw zenuwstelsel grip te krijgen op de situatie.

Misschien merk je dat de sfeer iets rustiger blijft wanneer je jezelf op de achtergrond houdt. Wanneer je niet te veel aandacht vraagt. Wanneer je geen extra problemen veroorzaakt. Op dat moment trekt je brein een conclusie: het is beter als ik niet te veel ruimte inneem.

Dat gebeurt niet bewust. Je gaat als kind niet zitten nadenken over levensregels. Je zenuwstelsel registreert simpelweg wat op dat moment het meest helpend lijkt. Omdat deze strategie ervoor zorgt dat je je veiliger voelt, wordt deze opgeslagen. Het brein houdt namelijk van oplossingen die werken. Niet per se omdat ze waar zijn, maar omdat ze ooit nuttig waren.

Van overlevingsstrategie naar levensregel

Het bijzondere is dat veel overtuigingen ontstaan vanuit ‘overleving’ of ‘ongemak voorkomen’. In het gezin waarin je opgroeide was het misschien inderdaad handig om jezelf wat kleiner te maken. Misschien voorkwam het conflicten. Misschien hielp het je om aansluiting te houden bij je ouders. Het probleem is alleen dat het brein deze strategie niet vanzelf loslaat wanneer de omstandigheden veranderen. Wat ooit een slimme oplossing was voor een kind, wordt later een automatische levensregel voor een volwassene.

Jaren later zit datzelfde kind misschien als professional in een vergadering. Er komt een interessant project voorbij. Hij heeft goede ideeën, maar spreekt zich niet uit. Iemand anders neemt het initiatief en gaat er met de kans vandoor. Niet omdat hij minder talent heeft, maar omdat ergens diep vanbinnen nog steeds dezelfde overtuiging actief is: “Neem niet te veel ruimte in.”

Zo werken overtuigingen vaak. Ze reizen met ons mee naar situaties waarvoor ze oorspronkelijk helemaal niet bedoeld waren.

Waarom overtuigingen zo echt voelen

Vanuit de neurowetenschap weten we dat gedachten en overtuigingen letterlijk neurale verbindingen vormen in ons brein. Hoe vaker een gedachte wordt herhaald, hoe sterker het netwerk wordt. Vergelijk het met een wandelpad door een bos. De eerste keer moet je nog door het hoge gras lopen. Maar als je jarenlang dezelfde route neemt, ontstaat er vanzelf een duidelijk pad. Uiteindelijk kiest je brein automatisch voor die bekende weg.

Dat is precies waarom overtuigingen zo hardnekkig zijn. Niet omdat ze waar zijn. Maar omdat ze vertrouwd zijn en gecodeerd zijn als: waarheid.

Wanneer je jarenlang hebt gedacht dat je sterk moet zijn, dat je moet doorgaan of dat je anderen niet mag belasten, dan voelt dat op een gegeven moment als een feit. Terwijl het eigenlijk ooit een conclusie was van een jongere versie van jezelf.

Overtuigingen die herstel saboteren

Bij mensen met burn-outklachten, chronische stress of een overbelast zenuwstelsel zie ik vaak dezelfde soort overtuigingen terugkomen.

“Ik moet altijd bezig zijn.”

“Ik moet nuttig zijn.”

“Ik mag geen hulp vragen.”

“Ik moet sterk blijven.”

“Rusten is lui.”

“Eerst de ander, dan ik.”

Wanneer je diep vanbinnen gelooft dat jouw waarde afhankelijk is van wat je doet, wordt ontspannen bijna onmogelijk. Zelfs wanneer je lichaam schreeuwt om rust, blijft er een stemmetje actief dat zegt dat je nog even door moet. Dan wordt herstel geen lichamelijke uitdaging meer, maar ook een innerlijk gevecht met overtuigingen die ooit behulpzaam waren.

De overtuiging “Het mag niet goed met mij gaan.”

Op het eerste gezicht klinkt dat vreemd. Niemand spreekt deze woorden letterlijk uit. Toch zie ik deze overtuiging regelmatig terug. Mensen die zichzelf onbewust afremmen zodra het beter gaat. Mensen die moeite hebben om echt te genieten. Mensen die zich schuldig voelen wanneer zij geluk ervaren terwijl een ander lijdt. Mensen die steeds weer terugvallen op het moment dat hun leven lichter begint te worden. Vaak zit daar meer onder dan alleen een gedachte.

Loyaliteit aan het niet geleefde leven van de ouder

Binnen systemisch werk wordt gesproken over het niet geleefde leven van de ouder. Veel ouders dragen hun eigen verhaal met zich mee. Gemiste kansen. Onvervulde dromen. Verdriet. Verlies. Of een leven dat anders liep dan gehoopt. Kinderen voelen dat vaak haarfijn aan. Niet omdat ouders dat bewust overdragen, maar omdat kinderen van nature sterk verbonden zijn met hun ouders. Vanuit liefde kan er dan een onbewuste loyaliteit ontstaan. Een kind kan diep vanbinnen het gevoel krijgen dat het niet volledig mag genieten van iets wat zijn ouders nooit hebben gehad. Dat het niet verder mag groeien dan zijn ouders. Dat het niet lichter mag leven wanneer zij het zwaar hebben gehad.

Alsof er een onzichtbare afspraak bestaat die zegt:
“Als het met jou niet goed gaat, mag het met mij ook niet echt goed gaan.”

Dat klinkt misschien onlogisch, maar loyaliteit werkt niet volgens logica. Loyaliteit werkt via verbinding. Een kind kiest bijna altijd voor verbinding met zijn ouders, zelfs wanneer dat betekent dat het zichzelf moet beperken en dit kan op latere leeftijd nog zo zijn. En dan wellicht ook met ieder ander om je heen: het mag mij niet beter gaan dan de ander.

Het glas van een ander vullen

In mijn praktijk zie ik hoe mensen soms jarenlang bezig zijn om het glas van anderen te vullen. Ze zorgen, dragen, helpen, ondersteunen en voelen zich verantwoordelijk voor het welzijn van de mensen om hen heen. Ondertussen vergeten ze dat hun eigen glas leegloopt. Niet omdat ze zwak zijn. Niet omdat ze te weinig hun best doen. Maar omdat ze ooit hebben geleerd dat de ander belangrijker is dan zijzelf. Dat ze pas mogen ontspannen wanneer iedereen tevreden is. Dat ze pas mogen genieten wanneer alle problemen zijn opgelost. Dat ze pas mogen rusten wanneer niemand hen meer nodig heeft. Het lastige is dat dat moment nooit komt. Er zal altijd wel iemand zijn die verdriet heeft, ziek is, worstelt of hulp nodig heeft. Wanneer jouw welzijn afhankelijk wordt van het welzijn van iedereen om je heen, wordt het bijna onmogelijk om zelf werkelijk gelukkig te zijn.

Een nieuwe toestemming

Herstel vraagt daarom soms meer dan alleen rust nemen. Het vraagt ook om het onderzoeken van de onzichtbare regels die je leven sturen. Welke conclusies heeft jouw jongere zelf ooit getrokken? Welke overtuigingen waren toen behulpzaam, maar zitten nu in de weg? En misschien nog wel belangrijker: mag je jezelf toestemming geven om nieuwe conclusies te trekken? Want misschien hoeft de waarheid van vandaag niet dezelfde te zijn als de waarheid van vroeger. Misschien mag je ontdekken dat je ruimte mag innemen zonder dat iemand anders tekortkomt. Dat je mag ontspannen zonder dat je lui bent. Dat je waardevol bent zonder voortdurend iets te moeten doen. Dat je van anderen kunt houden zonder hun pijn te hoeven dragen.

En misschien mag je jezelf, juist vanuit liefde voor de mensen om je heen, een nieuwe overtuiging gunnen:
Het mag goed met mij gaan, ook als de ander niet oké is.
Misschien zelfs nog een stap verder:
Het mag goed met mij gaan, zelfs wanneer de ander niet oké is.

Ooit las ik de uitspraak: “Je bent zo gelukkig als je gelukkigste kind en zo ongelukkig als je ongelukkigste kind.” Veel ouders zullen die uitspraak herkennen. En ergens raakt die iets wezenlijks, omdat we ons verbonden voelen met de mensen van wie we houden. Maar tegelijkertijd kan zo’n overtuiging ook tegen ons gaan werken. Want zelfs wanneer jouw kind ongelukkig is, heeft het niets aan een ouder die óók ongelukkig wordt. Sterker nog, een kind heeft juist behoefte aan een ouder die stevig blijft staan, die vertrouwen houdt en die laat zien dat moeilijke gevoelens er mogen zijn zonder dat het hele gezin erin hoeft te verdrinken.

Hetzelfde geldt voor partners, ouders, vrienden en collega’s. Wanneer jouw welzijn volledig afhankelijk wordt van hoe het met een ander gaat, raak je gevangen in een onmogelijke opdracht. Er zal namelijk altijd wel iemand zijn die verdriet heeft, ziek is, worstelt of door een moeilijke periode gaat.

Binnen systemisch werk spreken we over het dragen van je eigen lot. Dat betekent niet dat je onverschillig wordt of dat je niet meer meevoelt. Het betekent dat je erkent dat ieder mens zijn eigen pad heeft te lopen. Jij hoeft niet minder gelukkig te worden zodat een ander zich beter voelt. Jij hoeft jezelf niet klein te houden uit loyaliteit. Jij hoeft jouw leven niet stil te zetten omdat iemand anders vastloopt.

Iedereen mag volledig zijn eigen leven leven. Juist wanneer we onbewust verbonden blijven aan het lot van een ander, kunnen herstelprocessen vastlopen. Het zenuwstelsel blijft dan alert, verantwoordelijk en betrokken op een manier die veel energie kost. Ik zie regelmatig dat dit een verborgen factor is bij langdurige vermoeidheid, burn-outklachten en herstel dat maar niet echt op gang wil komen.

Daarom kijken we in onze begeleiding niet alleen naar belasting en belastbaarheid, maar ook naar de diepere overtuigingen die onder gedrag liggen. Welke loyaliteiten spelen er? Welke onzichtbare afspraken draag je met je mee? En welke overtuigingen houden jouw zenuwstelsel gevangen in een oude werkelijkheid? Want soms begint herstel niet met harder werken aan jezelf, maar met het loslaten van iets dat nooit van jou is geweest.

En misschien ontstaat er dan ruimte voor een nieuwe waarheid:
Ik mag mijn eigen leven leven.
Ik mag gelukkig zijn.
Ik mag herstellen.
En het mag goed met mij gaan, zelfs wanneer de ander niet oké is.

Literatuur

  • Dispenza, J. (2012). Breaking the Habit of Being Yourself: How to Lose Your Mind and Create a New One. Hay House.
  • Doidge, N. (2015). The Brain That Changes Itself: Stories of Personal Triumph from the Frontiers of Brain Science. Penguin Books.
  • Hebb, D. O. (1949). The Organization of Behavior: A Neuropsychological Theory. Wiley.
  • Siegel, D. J. (2020). The Developing Mind: How Relationships and the Brain Interact to Shape Who We Are (3e editie). Guilford Press.
  • Van der Kolk, B. A. (2014). The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma. Viking.
  • Van Steijn, E. (2016). De Fontein, vind je plek. Haystack.
  • Van Steijn, E. (2020). De Fontein, maak wijze keuzes. Haystack.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *