Ik wil mezelf niet langer passend maken
Misschien is het tijd dat ik stop met proberen mijn visie passend te maken binnen een specifiek hokje van de reguliere gezondheidszorg. Maar mag ik mijn eigen hokje hebben, zelfs binnen het gehele systeem.
Als ergotherapeut heb ik eigenlijk altijd heel specifiek gewerkt. Ik koos een duidelijke doelgroep en een vraagstuk waarin ik me volledig wilde verdiepen. In de psychiatrie raakte ik gefascineerd door het brein. Ik wilde begrijpen wat er gebeurde bij bijvoorbeeld een psychose en vooral: ik wilde dat cliënten het zélf konden begrijpen.
Want ik zag iets belangrijks gebeuren. Wanneer mensen begrepen wat er in hun systeem gebeurde, ontstond er ruimte. Voor regie, voor motivatie, voor andere keuzes, voor herstel en voor het zelfstandig willen en kunnen aanpassen van een passende leefstijl en dus het dagelijks leven. Waarin ziekte of klachten minder kans kregen om te blijven ontstaan of waarin terugval voorkomen kon worden. Deze insteek werd toen ook al niet heel erg gezien als standaard, maar was iets wat zichtbaar werkte en altijd gekoppeld kon worden aan het dagelijks handelen. Dus dit gaf mij duidelijke bedding binnen de psychiatrie, waarin ik me destijds ook altijd moest verantwoorden of verdedigen. Iets wat ik ook altijd in mijn werkveld heb gevoeld: als ik ergens pionier in ben, een duidelijke visie heb en hierachter sta, is niet altijd iedereen direct mee. Maar vaak wordt het wel beloond als resultaten zichtbaar worden.
Na zo’n negen jaar in de psychiatrie verschoof mijn werk richting het voorliggende veld. Naar mensen met burn-out en aanhoudende lichamelijke klachten. En opnieuw wilde ik begrijpen: Waarom loopt iemand vast? En wat is er nodig om weer in beweging te komen? En ook op dit gebied had ik een heldere visie die ook voorloper was. Mede hierdoor ging ik ook cursussen geven vanuit Ergotherapie Nederland. Er was namelijk nog geen ergotherapeut die zich tot dan toe specifiek durfde te richten enkel en alleen op deze doelgroep. Maar door zo duidelijk mijn visie neer te zetten, kreeg ik al snel een hele mooie groep nieuwe mensen mee. En ben ik trots om nu te zien hoeveel mensen hun praktijk met toewijding specifiek richten op deze doelgroep met behandelmethodieken die ik voor hen heb geïntegreerd.
Maar zoals zo vaak op mijn pad, staat mijn visie niet stil. Toen ik voor mijn gevoel had geleerd wat belangrijk was om als ergotherapeut te weten over het brein en de neurologische en fysiologische processen, kwam daar steeds meer bij. Ik verdiepte me in het zenuwstelsel, neurotransmitters en hartcoherentie, en ook de werking van het parasympathische en sympathische zenuwstelsel kreeg een plek in mijn visie.
Wanneer ik voel dat iets staat, is het niet vanuit een verlangen groot te worden, maar vanuit een verlangen hetgeen wat nog niet gezien of belicht wordt groot te maken, omdat dit dienend is aan het grotere geheel.
Zo kwam er na mijn eigen ziek-zijn een diepere laag naar voren die wat mij betreft ook binnen de ergotherapie onmisbaar is: de onderstroom. Deze laag ontdekte ik doordat ik zelf worstelde met beter worden. Ik liep ertegenaan dat ik zoveel wist, maar al die kennis niet kon toepassen in mijn eigen herstel. Ik ontdekte dat er onbewuste patronen actief waren die ik niet met mijn mind kon veranderen en ook niet met wilskracht kon ombuigen. Dit vroeg om iets anders.
Uiteindelijk lukte het mij om te herstellen. Ik voelde en wist: hiermee kon ook mijn manier van behandelen in de praktijk nooit meer hetzelfde zijn. Wat ik aanbood was helpend, maar blijkbaar niet altijd voldoende.
Daarom voegde ik een diepere laag toe. Ik volgde allerlei cursussen, las eindeloos veel boeken en verdiepte me steeds verder. En uiteindelijk voelde en besefte ik: ook dit is ten diepste ergotherapie. Want juist deze onderstroom heeft invloed op hoe we ons dagelijks handelen vormgeven. En zo ontstond de manier waarop ik inmiddels in mijn praktijk werk. Ik noem het werken met twee lagen.
De bovenlaag: het begrijpen en zien van het dagelijks handelen in jouw dag/week:
Hier kijken we wat jouw klachten zijn, waar jij letterlijk tegenaan loopt in jouw leven. Waarin jouw klachten jouw leven belemmeren. En kijken we hoe we ten eerste het zenuwstelsel tot rust kunnen brengen, zodat we nog beter naar patronen kunnen gaan kijken. Hoe staat je systeem afgesteld? Hoe reageert je lijf op belasting en ontspanning? Kan je systeem daadwerkelijk zakken naar rust, of blijft het alert?
Bij de start meten en maken we daarom veel zichtbaar. O.a. met een Garmin. Waar vroeger nog vooral de activiteitenweger werd gebruikt, maak ik nu met een Garmin zichtbaar wat de belasting van jouw activiteiten is. Hiermee kun je dieper spanning leren herkennen. Leer je bijsturen en leer je spanning reguleren en ontladen. We ontdekken wanneer jouw systeem aanstaat. En zoeken naar een manier waarop jij klachten kunt verminderen en hanteren in jouw dagelijks leven. Dáár zit voor mij ergotherapie. Niet per se inzetten op ‘omgaan’ met klachten, maar samenwerken waarin jij invloed kan uitoefenen binnen al jouw rollen en activiteiten. Dat JIJ regie hebt en NIET de klacht. Maar naast deze bovenlaag kijk ik dus ook naar de onderlaag.
De onderlaag: wat stuurt jou zonder dat je het bewust kiest:
Welke ‘wissels’ staan onder water zo afgesteld dat je steeds opnieuw dezelfde kant op gaat, zonder dat je dat wilt? Welke patronen en overtuigingen spelen mee? Wat maakt dat jij in jouw dagelijks handelen niet altijd grip ervaart? Misschien heeft hard werken je ontzettend ver gebracht. Misschien ben je gaan functioneren vanuit bewijsdrang. Misschien heb je geleerd jezelf voortdurend aan te passen. Misschien vind je rust eigenlijk helemaal niet zo veilig als je hoofd denkt. Of ben je onderweg het vertrouwen in je lichaam kwijtgeraakt. Wat ooit nodig of helpend was, hoeft niet te zijn wat je nú nodig hebt. Met verschillende methodieken maken we die onderstroom zichtbaar en werken we eraan om oude automatische patronen niet steeds opnieuw de koers te laten bepalen.
En precies die combinatie heeft mijn werk veranderd. En ik zie in mijn praktijk wat er kan ontstaan wanneer beide lagen worden meegenomen. Deze combinatie; lichaam én brein, bewust én onbewust, belasting én herstel en dus de bovenlaag én onderlaag. Met altijd de vertaalslag naar het dagelijks leven.
Ik pas dit inmiddels toe in mijn praktijk. En ik zie wat er gebeurt. Ik zie mensen die minder sessies nodig hebben. Ik zie dat mensen sneller zelf regie pakken. Dat mensen niet alleen begrijpen wat ze anders zouden kunnen doen, maar het ook daadwerkelijk anders gaan dóén zonder hiervoor hard te moeten werken of oefenen. En ik zie vaak ontzettend mooie, diepe veranderingen ontstaan.
Toch vind ik het spannend om dit nu hier te delen. Omdat ik dat gevoel inmiddels ken. Daar ga ik weer. Weer pionieren. Weer iets toevoegen wat niet vanzelfsprekend binnen het bestaande plaatje van de ergotherapie past. Weer voelen: is de andere kant hier eigenlijk al klaar voor? En dus heb ik opnieuw eerst een tijd afgetast.
Welke woorden kan ik gebruiken? Hoe leg ik dit uit? Past dit nog wel binnen ergotherapie? Hoe zorg ik dat het niet te ver af komt te staan van wat mensen van ons vak kennen?
Totdat ik me realiseerde: ik ben mezelf wéér passend aan het maken.
Maar ik besef me… Ik wil mijn visie niet meer kleiner maken omdat ik bang ben dat iemand anders vindt dat ze te groot is. Want voor mij is dit nog steeds ten diepste ergotherapie. Misschien zelfs meer dan ooit. Omdat het uiteindelijk gaat over mensen helpen om opnieuw invloed te ervaren op hun dagelijks handelen en hun leven. Alleen kijk ik inmiddels naar méér lagen die dat dagelijks handelen beïnvloeden. Alles wat ik eerder deed, is er nog. Er is alleen iets bijgekomen.
Een laag van voelen, van het zenuwstelsel, van de onderstroom. Van dat wat ons gedrag mede aanstuurt, nog voordat we er bewust over hebben nagedacht. En deze laag had ik waarschijnlijk nooit helemaal kunnen ontdekken zonder er zelf in vast te hebben gezeten. Omdat dit in eerste instantie niet te begrijpen was met mijn mind. Ik moest het echt ervaren. En juist daarom snap ik ook dat het voor anderen misschien niet direct te begrijpen is.
Maar ik zie wat het doet. Ik zie wat het mij heeft gedaan en ik zie het iedere dag opnieuw in mijn praktijk bij de mensen tegenover mij. En ergens hoef ik je daar niet van te overtuigen. Voel vooral of het resoneert, of niet. Het is allebei oké. Maar ik wil mezelf niet langer verstoppen en mezelf ook in deze nieuwe versie laten zien. Want ik geloof dat juist in deze laag iets te vinden is wat kan bijdragen aan duurzaam herstel.
In de gezondheidszorg zijn we gewend om afzonderlijke onderdelen te bekijken. Zelf heb ik die onderdelen ook één voor één onderzocht en geprobeerd te begrijpen. Maar nu trek ik alles omhoog en kijk ik samen met de cliënt van een afstand naar het geheel. Door dat geheel tegen het licht te houden en het van verschillende kanten te belichten, kunnen we meer zien. En als we meer zien, kunnen we ook meer.
Waar ik me eerder specialist voelde op specifieke gebieden, voel ik me nu steeds meer een generalist die naar het geheel kijkt. En ik denk én voel dat daar ruimte voor mag zijn binnen de gezondheidszorg. En voor mij dan specifiek binnen de ergotherapie, ook al is dit misschien nieuw. En ben ik wederom een pionier. Of de wereld en de gezondheidszorg hier klaar voor zijn? Ik weet het niet. Dat ga ik voelen en ontdekken en daarom deel ik het hier.
Wat ik wél weet, is dat ik mezelf niet meer passend wil maken. Ik voel aan alles dat ik niet meer terug kan naar de manier waarop ik hiervoor behandelde. Dus dit is wat het is. En misschien hoef ik dus ook helemaal geen nieuw hokje te maken. Want voor mij ís dit ergotherapie.
Misschien is dit een vorm die nog door meerdere ergotherapeuten ontdekt mag worden. Een vorm die ik vanaf nu breder mag uitdragen. Misschien een vorm die tot nu toe nog niet vanzelfsprekend binnen het bestaande plaatje past. Maar wel een vorm waarin alles wat ik de afgelopen jaren heb geleerd samenkomt.
Van mij mag het anders heten. Van mij mag het anders zijn. Maar ergens zou ik het ontzettend mooi vinden als deze manier van kijken uiteindelijk ingebed kan worden in de manier waarop we gezamenlijk naar gezondheid kijken.Dus bij deze is dit een beetje mijn coming-out! Van mijn vernieuwde weg. Die ik al langere tijd bewandel en toepas in de praktijk, maar die ik tot nu toe nog altijd stilletjes op de achtergrond hield. En die ik vanaf nu niet meer op de achtergrond wil houden, maar juist naar voren wil brengen. De wereld in.